Vormgeving van leerprocessen
| Titel |
Effecten van een nieuw onderwijsconcept bij stagebieders |
![]() |
| Auteur(s) |
C.C. Verheul & W. van Dijk |
|
| Aanvrager |
Deltion College |
|
| Instelling en jaar |
CLU, Universiteit Utrecht In samenwerking met ICO-ISOR Onderwijsresearch, 2007 |
|
| ISBN |
978-90- 78569-02-2 |
|
| Onderwijssector |
Middelbaar beroepsonderwijs |
|
| Prijs | € 12,50 | |
| Bestelwijze | www.clu.nl |
Centrale vraag
Hoe
percipiėren externe opdrachtgevers de competenties van niveau 1
leerlingen/stagiaires die afkomstig zijn van START.Deltion?
Wat
is het oordeel van externe opdrachtgevers over de inhoudelijke
aansluiting ‘onderwijs’- ‘arbeidsmarkt’ van de niveau 1 opleiding,
zoals uitgevoerd door START.Deltion?
Belangrijkste conclusies
START.Deltion is een zelfstandige eenheid van het Deltion
College voor de niveau-1 opleidingen, waar onderwijs wordt gegeven
volgens het ‘Natuurlijk leren’. Er zijn interviews afgenomen bij
begeleiders van stagiaires bij stageverlenende bedrijven. Deze
begeleiders hebben doorgaans wel een beeld van het onderwijs op
START.Deltion maar dat betreft vaak alleen de ‘sfeer’ en niet de
manier waarop het onderwijs is vormgegeven. Net als START.Deltion
zien ook de meeste begeleiders de niveau 1 opleiding eerder als
doorstroommogelijkheid naar niveau 2 dan als eindopleiding. De
meesten zeggen niveau 1 leerlingen aan te nemen als ze zouden
solliciteren maar verbonden daar wel voorwaarden aan. Die hadden te
maken met houding en motivatie en met taalproblemen. Het algemene
beeld bij externe opdrachtgevers van de competenties van stagiaires
ziet er zo uit:
Technische aspecten zijn doorgaans in orde, of redelijk snel te
leren. Als er problemen zijn, liggen die vooral op het
communicatieve vlak.
Voor
bijna alle opleidingen zijn er wel taken die men stagiaires niet of
uitsluitend onder toezicht laat doen.
Het
archiveren en opbergen van producten blijkt soms lastig, omdat ook
daar taalproblemen een rol kunnen spelen. Goed kunnen lezen
(spellen) is daarbij belangrijk.
Planning van werkzaamheden speelt meestal een ondergeschikte rol,
omdat begeleiders ervan uitgaan dat deze stagiaires niet teveel
taken tegelijk aankunnen. Meestal werken ze van taak tot taak.
De
manier waarop stagiaires worden begeleid heeft te maken met de
manier waarop de stageverlener aankijkt tegen het doel van de stage.
Begeleiders die het belangrijk vinden dat stagiaires uiteindelijk in
staat zijn zelfstandig taken uit te voeren, sturen daar in hun
manier van begeleiden ook op aan. Er is een duidelijk verschil
tussen ‘aansturen op zelfstandigheid’ en het (vrijwel) uitsluitend
laten uitvoeren van ‘klusjes op aanwijzing’, onder voortdurende
controle.
De
snelheid van werken wordt over het algemeen niet hoog gevonden, maar
dat lijkt niet echt als probleem te worden gezien. Sommige
respondenten geven expliciet aan dat ze dat ook niet van deze
stagiaires verwachten.
Gebruik van de brochure
Kennisname door en bespreking in managementteams en
docententeams van Mbo-opleidingen als bijdrage aan evaluatie van het
niveau dat zij bij hun leerlingen (willen/kunnen) bereiken, de
doelgerichtheid van de stages en de aansluiting tussen opleiding en
arbeidsmarkt. Tevens bruikbaar als voorbeeld van hoe een dergelijk
aansluitingsonderzoek kan worden opgezet en uitgevoerd.



