Onderwijs en samenleving
| Titel |
Scholen die werken aan burgerschap |
![]() |
| Auteur(s) |
Dr. C. Klaassen, Drs. S. Huwaë |
|
| Aanvrager |
Stichting Sint Josephscholen, Nijmegen |
|
| Instelling en jaar |
Pedagogiek en Onderwijskunde, Radboud Universiteit Nijmegen, 2006 |
|
| ISBN |
90-5750-096-5 |
|
| Onderwijssector |
Primair Onderwijs |
|
| Prijs | € 15,-- | |
| Bestelwijze | Pedagogiek en Onderwijskunde, Radboud Universiteit Nijmegen. Montessorilaan 3. Postbus 9104. 6500HE Nijmegen. Tel. 024-3612585 |
Centrale vraag
Het onderzoek betreft een exploratief-beschrijvend onderzoek dat
probeert een verkennend antwoord te geven op de volgende vragen van
het Stichtingsbestuur:
a) Leidt datgene wat we aan sociale vorming doen tot de gewenste
resultaten?
b) Hoe kunnen we het beste de effecten van onze inspanning op het
gebied van sociale vorming van leerlingen vaststellen met het oog op
de ontwikkeling en implementatie van een leerlingvolgsysteem op dit
gebied?
De vraagstelling van de aanvrager is in dit onderzoek
uiteengelegd in de volgende deelvragen:
a) Wat zijn de opvattingen van de te onderzoeken scholen over
sociale vorming, burgerschap en sociale participatie?
b) Op welke wijze hebben zij hun opvattingen vertaald in
schoolbeleid, didactische aanpak, schoolklimaat en betrokkenheid bij
de schoolomgeving?
c) Op welke kennis, vaardigheden en attitudes richten scholen zich
bij burgerschap en sociale competentieontwikkeling?
d) Welke indicatoren kunnen het beste de ontwikkeling van
burgerschap en sociale competenties van leerlingen aantonen?
e) Op welke wijze proberen de basisscholen de effecten van
burgerschapsvorming en sociale competentieontwikkeling vast te
stellen?
f) Hoe kunnen de vastgestelde effecten van burgerschapsvorming en
sociale competentie-ontwikkeling in een leerlingvolgsysteem
ondergebracht worden?
Er is gekozen voor een onderzoeksopzet waarbij meerdere methoden gecombineerd worden om zo vanuit verschillende databronnen de problematiek te kunnen beschrijven. Door meerdere methoden (literatuurstudie, interviews, inhoudsanalyse en vragenlijstonderzoek) en databronnen te hanteren is een rijker empirisch en meer valide beeld verkregen over de feitelijke schoolse praktijken, inzichten en ervaringen op dit gebied.
Belangrijkste conclusies
Recentelijk is er veel aandacht voor de betekenis van het onderwijs
voor de burgerschapsvorming van leerlingen, niet alleen vanwege de
identiteitsontwikkeling van leerlingen maar vooral vanwege de
noodzaak van sociale integratie en sociale cohesie in de
samenleving. Scholen hebben met beide van doen. Tot voor kort lag in
het basisonderwijs vooral de nadruk op de sociale
competentieontwikkeling van leerlingen. Deze was voor een groot deel
gericht op de intrapersoonlijke en interpersoonlijke ontwikkeling
van leerlingen.
Uit het in deze tijd (2006) uitgevoerde onderzoek komt dit duidelijk
naar voren. De aandacht voor de macro-samenleving, dat wil zeggen de
gerichtheid op de onderlinge verhoudingen tussen maatschappelijke
groepen, de sociale cohesie in de maatschappij, de democratische
rechtsstaat, de civil society en het gebied van waarden en normen
komt in de bestudeerde onderwijspraktijken nog niet sterk aan bod.
Nodig is een accentverschuiving die verder gaat dan overwegend
aandacht voor de sociale ontwikkeling van het individu en de
toerusting voor het interpersoonlijk functioneren. Sociaal competent
gedrag is natuurlijk een voorwaarde voor adequate sociale relaties
tussen mensen op micro- en mesoniveau en voor sociale cohesie op het
macroniveau van de samenleving. Maar de voorbereiding op de grotere
maatschappij vereist meer. De ontwikkeling van sociaal competent
gedrag (bijvoorbeeld voor zichzelf opkomen, conflicten hanteren) kan
in menig opzicht beschouwd worden als een goede voorbereiding op en
voorwaarde voor sociale participatie en het actief kunnen
functioneren in een aantal voor burgerschap typische situaties.
Gebruik van de brochure
Docenten basisonderwijs, schoolbesturen, schooldirecties,
betrokkenen bij onderwijsbeleid, ouders.



