Onderwijs en samenleving
| Titel |
Mondiale vorming en wereldburgerschap |
![]() |
| Auteur(s) |
M. Veugelers, W. Derriks, & E. de Kat |
|
| Aanvrager |
CBOO en NABS |
|
| Instelling en jaar |
ILO, Universiteit van Amsterdam, 2008 |
|
| ISBN |
978-90-7808-717-5 |
|
| Onderwijssector | Voortgezet onderwijs | |
| Bestelwijze |
Centrale vraag
Scholen worden nu geacht aandacht te besteden aan burgerschapsvorming.
Burgerschap heeft daarbij niet alleen betrekking op Nederland, maar ook op
Europa en de wereld als geheel. In de jaren zeventig en tachtig was er in het
onderwijs veel aandacht voor mondiale vorming, voor wat er buiten Nederland
gebeurde en hoe wij de ontwikkelingen buiten Nederland konden verbeteren.
Mondiale vorming was sterk gericht op ‘human development’, sociaal-culturele
ontwikkeling, economische ontwikkeling en een versterking van de democratie. Wat
is de situatie van een ‘global perspective’ nu?
Belangrijkste conclusies
Het onderzoek bestaat uit een literatuurstudie, gesprekken
met vakdeskundigen en met docenten. Uit het onderzoek komt naar
voren dat docenten kennis en attitudevorming belangrijk vinden.
Docenten willen door een open en kritische houding te ontwikkelen en
door een kennismaking via inhouden en ervaringen een kritische en
actieve houding bij leerlingen bevorderen. De docenten zijn zich
bewust van de politieke kant van wereldburgerschapvorming, maar zijn
terughoudend om de kennis en de attitudeontwikkeling in te bedden in
sociale en politieke verhoudingen en staan terughoudend tegenover
het bevorderen van collectieve vormen van actie gericht op meer
gelijke sociale en politieke verhoudingen (dit met het oog op de
jonge leeftijd van de leerlingen, de politieke gevoeligheid van de
materie en het gevaar te nadrukkelijk waarden over te dragen). Ook
lijken de docenten in het onderzoek leerlingen op de eerste plaats
te willen aanspreken op het morele niveau en minder op politiek
niveau. In de praktijk en theoretisch zijn het morele en het
politieke niet goed te onderscheiden. Het gericht zijn op de
ontwikkeling van het morele kan een belangrijke fase zijn in
burgerschapsvorming. Gevoelens als rechtvaardigheid, betrokkenheid
en humaniteit kan de leerling later misschien omzetten in politieke
verhoudingen. Deze morele waarden kunnen op diverse wijzen later
vertaald worden in politieke analyses en acties. Deze vertaling van
het morele naar het politieke lijkt buiten het aandachtsveld van het
voortgezet onderwijs te staan. Op het gebied van burgerschapsvorming
stellen docenten dat er meer afstemming moet zijn tussen de vakken
en tussen meer ervaringsgerichte projecten en de vakinhouden. Tevens
is een opbouw in leerlijnen noodzakelijk om herhaling te beperken.
Gebruik van de brochure
Deze publicatie wil bijdragen aan een verdere conceptuele
verheldering van het begrip wereldburgerschap en docenten in het
voortgezet onderwijs ondersteunen bij het werken aan
burgerschapsvorming.
Download het onderzoeksrapport (pdf)



