Onderwijs en samenleving
| Titel |
De voorbeeldfunctie van de docent in het vakcollege |
![]() |
| Auteur(s) |
C. Klaassen, & J. Wessels |
|
| Aanvrager |
De werkmaatschappij Het vakcollege |
|
| Instelling en jaar |
Nijmegen: Radboud Universiteit |
|
| ISBN |
978-90-8158-491-3 |
|
| Onderwijssector |
Voortgezet Onderwijs |
|
| Bestelwijze | Online bestellen |
Samenvatting
Samenvatting In het maatschappelijk debat over opvoeding wordt dikwijls
gesproken over de voorbeeldfunctie van de docent. Ook in verband met de eerste
lichtingen van de nieuwe vakcolleges die leerlingen willen voorbereiden op
vakmanschap in de techniek komt vaak de gedachte naar voren dat leerlingen leren
via het observeren en navolgen van hun leermeesters. In september 2008 zijn
dertien scholen begonnen met het Vakcollege. Dit is een praktisch georiënteerde
opleiding waar leerlingen die op techniek georiënteerd zijn en graag met hun
handen werken een ambachtelijke beroepsopleiding krijgen. Docenten spelen een
belangrijke rol bij de totstandkoming van het succes van de vakcolleges. Ten
behoeve van de Werkmaatschappij het Vakcollege is door de Radboud Universiteit
Nijmegen een onderzoek uitgevoerd naar de opvattingen die docenten hebben over
het zijn van een rolmodel voor de leerlingen. Meer in het bijzonder is nagegaan,
hoe zij een voorbeeld denken te kunnen zijn voor leerlingen, welke verwachtingen
zij hebben over de effecten van rolmodelgedrag en welke belemmeringen zij
ervaren bij het in praktijk brengen van voorbeeldgedrag. Om deze vragen te
beantwoorden is een literatuurstudie en een vragenlijstonderzoek uitgevoerd. Of
een docent voor de leerlingen een voorbeeld kan zijn is in eerste instantie
afhankelijk van de leerlingen die deze docent observeren. Een docent die zich
bewust is van de mogelijke voorbeeldfunctie kan door versterking van het ten
toon gespreide gedrag de kans op model leren vergroten. Uit het onderzoek komt
onder meer naar voren dat docenten denken dat zij een pedagogisch en vakmatig
voorbeeld zijn voor de leerlingen. Zij vinden dat de leerlingen zulke
rolmodellen ook nodig hebben en dat de leerlingen dat zelf ook zo zien. Met het
oog op de voorbeeldfunctie worden door de ondervraagde docenten erg vaak
bepaalde ‘deugden’ naar voren gebracht zoals: ‘eerlijk zijn’; ’fouten toegeven’;
‘afspraken nakomen’. Een deel van de docenten vindt dat voor het manifesteren
van ‘een rolmodel zijn’ morele moed vereist is en vindt het lastig om voor de
eigen waarden uit te komen. Geconcludeerd kan worden dat in het vakcollege de
ontwikkeling van technisch-instrumentele en sociaalnormatieve competenties in de
voorbereiding op vakmanschap en arbeidsidentiteit hand in hand gaan.
Download het onderzoeksrapport (pdf)



