Onderwijs en samenleving
| Titel |
Culturele heterogeniteit en morele ontwikkeling van leerlingen in het Openbaar Onderwijs |
![]() |
| Auteur(s) |
W. Veugelers & Y. Leeman |
|
| Aanvrager |
Vereniging voor Openbaar Onderwijs |
|
| Instelling en jaar |
Amsterdam: Universiteit van Amsterdam (UvA), 2011 |
|
| ISBN |
978-94-6142-000-8 |
|
| Onderwijssector |
Primair onderwijs |
|
| Bestelwijze | Online bestellen |
Samenvatting
Kenmerkend voor het openbaar onderwijs is het principe van actieve
pluriformiteit. Actieve pluriformiteit verwijst niet alleen naar de
samenstelling van de leerlingenpopulatie, maar stelt ook de vraag naar
pedagogische doelen op het gebied van pluriform samenleven en naar de
pedagogisch omgang met pluriformiteit. Wat betekent heterogeniteit voor
leerprocessen, in het bijzonder ten aanzien van morele ontwikkeling? Het is
opvallend hoe in pedagogische en psychologische theorievorming het belang van
diversiteit voor leerprocessen wordt benadrukt. Sociologisch onderzoek laat zien
dat er in het Nederlands onderwijs veel sociale en culturele segregatie is en
dat het voor leerkrachten niet eenvoudig is om vorm te geven aan onderwijs
gericht op actieve pluriformiteit. In een exploratief onderzoek zijn aan
schoolleiders van openbare basisscholen vragen voorgelegd hoe zij omgaan met
sociale en culturele heterogeniteit in hun leerlingenpopulatie en welke
leereffecten zij met name op het gebied van morele ontwikkeling constateren. De
scholen streven actief naar heterogeniteit in hun leerlingenpopulatie en noemen
daarbij vooral etnisch-culturele en levensbeschouwelijke heterogeniteit. De
pedagogische relevantie van culturele diversiteit voor morele ontwikkeling en
het voorbereiden op een pluriforme samenleving wordt door de scholen zeker
onderschreven. De scholen wijzen met name op de mogelijkheid culturele
verschillen en gemeenschappelijkheid te ervaren. Maar ook een meer
vaardighedengericht omgaan met verschillen wordt belangrijk geacht. Waardering
voor diversiteit ontwikkelen krijgt ook aandacht, maar lijkt – zoals altijd bij
attitudeontwikkeling – nog het moeilijkste. In de discussie wordt de vraag
gesteld of lessen over culturele diversiteit verschillen onnodig aanscherpen.
Het samen leven en het samen leren leven en onderzoeken zou misschien wel
belangrijker kunnen zijn voor de morele ontwikkeling en de maatschappelijke
voorbereiding van leerlingen dan op kennisvermeerdering gerichte aandacht voor
culturele diversiteit. Verschillen kunnen onnodig worden uitvergroot en
overdreven levensbeschouwelijk gefundeerd worden. Pluriformiteit binnen de groep
leerlingen kan ook gebruikt worden om het gemeenschappelijke te benadrukken.



