Professionele organisatie
| Titel |
Leer-/werkgemeenschappen in het vmbo |
![]() |
| Auteur(s) |
R. van der Linden, I. van der Neut, C. Teurlings, m.m.v. R. Eekhof (directeur onderwijs Fioretti College), P. Noordzij (Fontys Hogescholen), J. van der Sanden (Fontys Hogescholen, TU Eindhoven) & A. Seezink (TU Eindhoven) |
|
| Aanvrager |
R. Eekhof, directeur onderwijs Fioretti College te Veghel |
|
| Instelling en jaar |
IVA beleidsonderzoek en advies, 2006 |
|
| Onderwijssector |
Voortgezet onderwijs |
|
| Prijs | € 10,-- | |
| Bestelwijze | www.iva.nl |
Centrale vraag
Het doel van het onderzoek is om meer zicht krijgen op de
leerprocessen van de samenwerkende docenten, en op de
(leer-)opbrengsten die in het kader van die samenwerking kunnen
worden verkregen. We hebben een antwoord gezocht op de volgende
onderzoeksvragen.
Op
welke wijze werken docenten binnen de leer- /werkgemeenschap samen?
Hoe
wordt het werken in de leer/werkgemeenschap door betrokkenen
ervaren?
Welke (leer-)opbrengsten worden (volgens betrokkenen) met het werken
in een leer/werkgemeenschap bereikt?
Welke kenmerken van de leer- /werkgemeenschap spelen hierbij
(volgens betrokkenen) een belangrijke rol?
Op
welke wijze wordt informatie over leerprocessen bij leerlingen benut
bij de activiteiten in de leer-/werkgemeenschap?
Belangrijkste conclusies
Leer-/werkgemeenschappen hebben een belangrijke functie in de
onderzochte scholen. Ze kenmerken zich door samenwerking tussen
docenten met verschillende kwaliteiten en kenmerken, door leren van
elkaar en uitwisseling van ervaringen. De docenten werken veelal
samen aan de ontwikkeling van materialen die geschikt zijn voor het
verzorgen van probleemgestuurd onderwijs (pgo). Over het algemeen
betreft het materialen die worden ingezet tijdens speciale
projectweken. Daarnaast discussiėren docenten regelmatig met elkaar
over onderwijsvernieuwingen. Er is in deze discussies veel ruimte om
eventuele bezwaren te bespreken en er wordt gezocht naar
oplossingen. Het belang van deze discussies en het goed luisteren
naar elkaar is groot. Het leidt uiteindelijk tot een groter
draagvlak voor onderwijsvernieuwing.
Docenten oordelen zeer positief over het leren binnen leer-/werkgemeenschappen. Het samenwerken met andere docenten wordt als zeer prettig en zinvol ervaren. Het maakt een eind aan de “eilandcultuur”, docenten krijgen meer zicht op het vak en de manier van werken van hun collega’s en de integratie van vakken wordt bevorderd. Er worden concrete materialen ontwikkeld en docenten voelen zich vrij om te experimenteren met onderwijsvernieuwing. De sfeer is open en respectvol en wordt als veilig ervaren. De discussies met anderen zijn stimulerend en enthousiasmerend.
De aanwezigheid van een leer-/werkgemeenschap in de school leidt niet automatisch tot een olievlekwerking. De nieuwe wijze van lesgeven wordt vooral toegepast binnen projectweken. De werkwijze wordt niet automatisch overgenomen door andere docenten. Het is zelfs zo dat docenten die zelf deelnemen aan de leer-/werkgemeenschap hun nieuwe werkwijze niet automatisch gaan toepassen in hun vak of bij andere groepen leerlingen (bijvoorbeeld andere leerwegen of andere leerjaren). De transfer van het geleerde naar andere situaties en personen dient aangestuurd te worden. De leer-/werkgemeenschap kan een vliegwiel zijn voor onderwijsvernieuwing, op voorwaarde dat hier gericht actie op wordt ondernomen. De directie moet hierin dan wel duidelijke keuzes maken, het proces aansturen, zorgen dat het proces blijvend aandacht krijgt en enthousiasme uitstralen.
Gebruik van de brochure
De brochure geeft een overzicht van de praktijk van
leer-/werkgemeenschappen in het vmbo, waaronder de kenmerken en de
opbrengsten van een leer-/werkgemeenschap.



