Programmalijnen
Het kortlopend onderwijsonderzoek moet passen binnen één van de drie programmalijnen, te weten vormgeving van leerprocessen, onderwijs en samenleving (voorheen pedagogische kwaliteit) en professionele organisatie.
Vormgeving van leerprocessen
Onderzoek dat scholen ondersteunt bij het inrichten van goed onderwijs
Er zijn veel initiatieven in het veld om het onderwijs beter aan te laten sluiten bij het niveau en de behoeften van leerlingen en om het onderwijs betekenisvoller en aantrekkelijker te maken. Tegelijkertijd wordt veel nadruk gelegd op onderwijsresultaten, vooral in de basisvaardigheden, taal en rekenen/wiskunde. Scholen worden geacht opbrengstgericht te werken en toetsresultaten te gebruiken om hun onderwijs te optimaliseren. Bij de inrichting van het onderwijs wordt van leraren tevens gevraagd dat ze zich bij de keuzes die ze maken (ook) laten leiden door wetenschappelijke kennis en inzichten.
Vernieuwingen, en dus ook vragen gericht op het verbeteren van de
kwaliteit van het onderwijs, hebben bijvoorbeeld betrekking op:
het
verbeteren van het taal- en/of reken/wiskundeonderwijs, bijvoorbeeld
door geïntegreerd in het curriculum, ook in andere vakken
systematisch aandacht aan taal- en rekenvaardigheden te besteden;
een
andere inrichting van het onderwijs, waarbij beoogd wordt leerlingen
meer intrinsiek te motiveren, door bijvoorbeeld meer variatie in
opdrachten, meer uitdagende en authentieke taken en meer
keuzemogelijkheden voor leerlingen bij de uitvoering van
leeractiviteiten;
een
effectieve inzet van ICT in het reguliere curriculum;
het
aanleren van specifieke vaardigheden die van belang worden geacht,
zoals metacognitieve vaardigheden, samenwerkingsvaardigheden,
informatieverwerking en onderzoeksvaardigheden;
competenties van leraren, bijvoorbeeld het coachen van leerlingen en
het geven van effectieve feedback;
het
optimaal volgen van de ontwikkeling en resultaten van leerlingen en
daaruit conclusies trekken voor de aanpassing van het onderwijs.
Onderzoek in deze programmalijn dient scholen te ondersteunen bij het maken van keuzes en het uitvoeren en evalueren van innovaties op bovengenoemde onderwerpen.
Vragen van scholen in dit verband kunnen betrekking hebben op de wijze waarop zij hun leeromgeving optimaal kunnen inrichten, gekoppeld aan de leerdoelen die ze nastreven, bijvoorbeeld bij taal en rekenen/wiskunde. Daarnaast zijn vragen denkbaar over de effecten van bepaalde leeractiviteiten en bij welke mate van sturing, structuur en keuzemogelijkheden leerlingen zich optimaal ontwikkelen. Verder kunnen vragen worden gesteld over mogelijke problemen waar leraren tegenaan lopen bijvoorbeeld bij het hanteren van leerlijnen, de inrichting van het curriculum, het ontwerpen van leeractiviteiten en de beoordeling van leerlingen. Meer specifiek kunnen vragen worden gesteld over de ontwikkeling van vaardigheden bij leerlingen, zoals samenwerken, metacognitieve vaardigheden, omgaan met multimedia, en onderzoeksvaardigheden. De benodigde competenties van leraren, bijvoorbeeld het geven van effectieve feedback, het zorgen voor een goed klassenmanagement en het voeren van (reflectie)gesprekken met leerlingen, kunnen eveneens aanleiding geven voor onderzoeksvragen. Tot slot zijn vragen mogelijk over de manier waarop leraren de ontwikkeling van de leerlingen kunnen volgen en toetsen.
Onderwijs en samenleving (voorheen Pedagogische
kwaliteit)
Onderzoek dat scholen ondersteunt bij de verbinding
van onderwijs aan de maatschappelijke context
Scholen hebben de taak om leerlingen voor te bereiden op een
goede rol in de samenleving. Die samenleving verandert snel en wordt
steeds meer gefragmenteerd en pluriform. Hierbij is het vinden van
een goede balans tussen eigenbelang, belang van anderen en
gemeenschapsbelang een belangrijke opgave. De bevordering van actief
burgerschap en sociale integratie krijgt steeds meer aandacht in
scholen. Ook morele, sociale en persoonlijke vorming dienen
expliciet en geïntegreerd in het onderwijs opgenomen te zijn.
Scholen hebben daarbij rekening te houden met verschillende
achtergronden van leerlingen en met maatschappelijke ontwikkelingen.
Tegelijkertijd wordt van scholen verwacht dat zij een bijdrage
leveren aan de oplossing van maatschappelijke problemen zoals
criminaliteit, veiligheid, duurzaamheid en een gezonde levensstijl.
Scholen dienen daarbij zowel kansen te creëren als eigen grenzen te
bewaken. Zij staan in de uitvoering van hun taak niet geïsoleerd,
maar werken in toenemende mate samen met verschillende partners. Ook
de samenwerking met ouders is hierbij essentieel.
Daarnaast vervullen scholen steeds vaker een belangrijke rol in de
buurt, bijvoorbeeld als het gaat om afstemming, veiligheid of
ontmoeting. In het basisonderwijs hebben zogenaamde brede scholen
hier nadrukkelijk een taak in. Er leven echter nog veel vragen over
de pedagogische doelen, de optimale samenwerking en inrichting van
de brede school.
In het beroepsonderwijs zien we een toenemende samenwerking met stagebedrijven en andere organisaties bij de voorbereiding van leerlingen op een beroep. Verder wordt steeds meer nadruk gelegd op het realiseren van een doorgaande lijn tussen schoolsoorten. Dit vraagt van scholen aandacht voor een goede overdracht en afstemming bij transitiemomenten, zoals van VVE naar basisonderwijs, van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs en van VMBO naar MBO.
Voor het realiseren van passend onderwijs voor alle leerlingen werken scholen samen met allerlei partners in de regio. Het doel daarbij is leerlingen zoveel mogelijk onderwijs in de eigen omgeving te bieden, aansluitend bij hun onderwijsbehoeften, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Door de verbeterde toetsing en diagnostiek worden specifieke problemen van leerlingen vaak (maar niet altijd) eerder zichtbaar en is de druk op scholen om het onderwijs hierop aan te passen, groot. Veel scholen vinden het moeilijk om leerlingen met zeer diverse problemen op een goede manier op te vangen en slagen daar alleen in door een nauwe samenwerking met REC-scholen, jeugdzorg, maatschappelijk werk en andere partners. Er leven veel vragen bij scholen hoe ze de interne zorgstructuur en de samenwerking met verschillende partners in dit kader op een goede manier kunnen organiseren en de kwaliteit bewaken. Aan de samenwerking met ouders daarbij wordt steeds meer belang gehecht.
Het onderzoek dat in deze programmalijn zal worden uitgevoerd
moet scholen helpen bij het vervullen van hun pedagogische en
maatschappelijke opdracht in samenwerking met verschillende
partners.
Professionele organisatie
Onderzoek dat scholen ondersteunt bij de ontwikkeling naar een
professionele en lerende organisatie
In de afgelopen jaren zien we een verschuiving in de
verantwoordelijkheden tussen besturen, directeuren en middenmanagers
in alle lagen van het onderwijs. Besturen worden meer nadrukkelijk
afgerekend op de opbrengsten van hun scholen en worden geacht
horizontaal en verticaal verantwoording af te leggen over hun
resultaten. Dit proces vraagt om nieuwe bestuursvormen en een andere
taakverdeling tussen de managementlagen, waarin ook het financiële
aspect steeds meer aandacht krijgt.
De wet ‘Goed onderwijs, goed bestuur’ kan aanleiding geven tot een
andere informatiebehoefte van besturen of tot vragen over
bijvoorbeeld het vormgeven van het intern toezicht.
Tegelijkertijd is er vanuit de overheid veel aandacht voor de
positie van de leraar. Het handelen van de leraar bepaalt in
belangrijke mate de kwaliteit van het onderwijs en daarom krijgt de
versterking van de professionaliteit van de leraar veel aandacht. De
lerarenbeurs, aanpassingen in de salarisschalen en mogelijkheden
voor beloningen, de ontwikkeling van een beroepsgroep en de
ontwikkeling van standaarden voor de kwaliteit van het beroep van
leraar moeten bijdragen aan een verbetering van de status van het
beroep en de versterking van de professionaliteit van leraren.
Kenmerkend voor een professionele organisatie is dat de verschillende beleidsterreinen zoals het onderwijskundig beleid. personeelsbeleid en financieel beleid op elkaar zijn afgestemd. Daarnaast wordt een professionele organisatie gekenmerkt door een gedeelde visie, een open en lerende cultuur, en een externe gerichtheid op samenwerking met de omgeving. Een dergelijke professionele cultuur is echter niet eenvoudig te realiseren en roept bij scholen veel vragen op. Ook vraagstukken ten aanzien van een effectieve inrichting van de schoolorganisatie behoren tot deze programmalijn.
Het onderzoek dat in deze programmalijn zal worden uitgevoerd,
helpt scholen en besturen bij de verdere ontwikkeling tot een
professionele organisatie. Verschillende soorten onderzoek kunnen
daar een bijdrage aan leveren:
onderzoek naar de ontwikkeling van een gedeelde visie op goed
onderwijs en het realiseren van integraal beleid;
onderzoek naar de afstemming van taken en verantwoordelijkheden
tussen verschillende geledingen in de organisatie en de wijze waarop
besturen en scholen op een transparante manier verantwoording af
kunnen leggen;
onderzoek naar de versterking van de professionaliteit van leraren
en de ontwikkeling van een professionele cultuur;
onderzoek naar een efficiënte en effectieve schoolorganisatie, met
een functionerend systeem van kwaliteitszorg.
.


