De veldaanvragen
Kenmerken
De veldaanvragen moeten passen binnen de doelstelling van het Kortlopend op de praktijk gericht Onderwijsonderzoek en binnen het inhoudelijk kaderplan.
Doelstelling
Deze doelstelling is als volgt nader uitgewerkt.
Het onderzoek zal antwoorden moeten opleveren waar de praktijk iets
mee kan. De resultaten moeten tastbaar zijn: materialen, prototypen,
scenario’s enzovoort. Het kan echter ook zijn dat zij concreet
inzicht geven in factoren die belemmerend dan wel bevorderend zijn
voor een goede ontwikkeling van de schoolpraktijk en zo een tastbare
basis vormen voor een concreet beleid.
Er zal hierbij naast de aandacht voor de inhoud van de vernieuwing
veel ruimte moeten zijn voor het proces van vernieuwing en met name
de implementatie. Het aanbod aan geschikte materialen en de ervaring
daarmee, blijkt bepalend te zijn voor de wijze waarop docenten tegen
het nut van een vernieuwing aankijken. Kortom, dit zijn aspecten
waaraan de praktijkrelevantie kan worden getoetst.
Criteria
Mede op basis hiervan zijn de volgende criteria vastgesteld:
Het
levert een actieve en logische bijdrage aan het proces van
ontwikkeling en innovatie van het Nederlandse onderwijs als
totaliteit. Met het oog op de noodzakelijke verscheidenheid van
onderzoekswensen is voor elke koepel een gelijk deel beschikbaar.
Het
is gericht op kwaliteitsverbetering en daarbij met name op
implementatie-aspecten van gewenste veranderingen.
Het
draagt bij aan vergroting van het inzicht in implementatieprocessen
bij onderwijsinnovatie.
Het
is schoolnabij maar heeft toch ook een schooloverstijgende en
daardoor als regel een landelijke betekenis.
Het
is actiegericht, hetgeen betekent dat de resultaten voor herkenbare
doelgroepen beschikbaar komen en door hen kunnen worden benut ten
behoeve van de eigen activiteiten.
Programmalijnen
Voorts zijn in het inhoudelijk kaderplan drie
programmalijnen
vastgesteld waarbinnen het onderzoek moet passen. Dit zijn:
vormgeving van leerprocessen
onderwijs en samenleving
professionele organisatie
Nadrukkelijk zij vermeld dat ICT beschouwd wordt als een integraal
onderdeel van elk van deze lijnen.
Elke veldaanvraag omvat:
De
concrete vraag waarop de aanvrager een antwoord wil met een
toelichting daarop.
Informatie over (eventuele) andere scholen of instellingen die als
aanvrager bij het onderzoek betrokken willen worden.
De
relevantie van de vraag zowel voor de eigen situatie als voor
derden.
De
wijze waarop de resultaten gebruikt zullen worden.
De
programmalijn waarbinnen de vraag moet worden geplaatst.
De
aanvrager verklaart tevens bereid te zijn, alle gewenste informatie
over het gebruik van de onderzoeksgegevens te verstrekken.
Bundeling van onderzoekswensen
Een aantal organisaties willen onderzoekswensen bundelen waardoor
een krachtiger schooloverstijgende onderzoeksvraag kan worden
geformuleerd.
Nadere informatie kan worden gevraagd aan één van de volgende
organisaties:
Namens de Christelijke organisaties: de Besturenraad, de heer
R. de Vries, Houttuinlaan 5b, 3447 GM Woerden, telefoon: 0348 74 44
24 of 06 23 79 90 27, e-mail
rjdevries@besturenraad.nl.
Contactcentrum Bevordering Openbaar Onderwijs (CBOO), de heer
drs. M. Hietbrink, Zwarte Woud 2, 3524 SJ Utrecht, telefoon 030 285
68 22,
fax 030 285 68 23, e-mail CBOO@APS.NL.
Nederlandse Algemeen Bijzondere Schoolraad (NABS), Bezuidenhoutseweg 253, 2594 AM ‘s-Gravenhage, telefoon 070
331 52 52, fax 070 381 42 81.
De toekenning
Gemiddeld ontvangt het USO jaarlijks ongeveer 60 aanvragen, waarvan
er door het combineren en soms herformuleren van vragen gemiddeld
ruim 25 kunnen worden gehonoreerd. Na vaststelling van het
onderzoeksprogramma i.c. de toekenning van de aanvragen, worden de
aanvragers zo spoedig mogelijk van de beslissing in kennis gesteld.
De uitvoering
De onderzoeken worden in principe uitgevoerd door
onderzoeksallianties die door de LPC zijn geselecteerd. Afhankelijk
van het type onderzoek zal een landelijke steekproef van scholen
worden getrokken of gekozen worden voor de bestudering van een klein
aantal specifieke scholen (case study). In het tweede geval kan de
medewerking worden gevraagd van de school die de aanvraag heeft
ingediend. Na afronding van het onderzoek wordt door de aanvrager(s)
een korte vragenlijst ingevuld over het gebruik van de resultaten.


